HISTORIE
De Koninklijke Harmonie van Roermond ( in de volksmond wordt “de Keuninklikke”gezegd,) is opgericht in 1775. Bij de oprichting fungeerde het orkest als huisorkest van Bisschop van Hoensbroeck, de bisschop van Roermond. In de meer dan 200 jarige historie kende de “Keuninklikke” vele ups en downs.
Belangrijk gegeven is dat de Koninklijke Harmonie de oudste harmonie van Nederland is. Hoewel een oprichtingsakte uit 1775 ontbreekt kan wel aangetoond worden dat een groep muzikanten vanaf die tijd onafgebroken samen muziek maakt in Roermond.
Vele Roermondse verenigingen vinden hun oorsprong vanuit de harmonie. Denk hierbij aan het Koninklijke Roermonds Mannenkoor, Koninklijke Roermondse Zang en Muziekvereniging, maar ook de symfonie en zelfs voor de stadscarnavalsvereniging d’n Uul zijn relaties te leggen met het verleden van de harmonie.
Een absoluut hoogtepunt vormde in 1846 de verlening van het predicaat “Koninklijk” door koning Willem II. Sinds die tijd mag de harmonie zich de Koninklijke Harmonie van Roermond noemen.
Voor de meer recente historie gaan we terug naar de zestiger jaren van de vorige eeuw. Onder invloed van diverse ontwikkelingen ging het slecht met de harmonie. Er was een sterke teruggang in het ledenaantal en muzikaal werd het allemaal minder tot een absoluut dieptepunt eind jaren zeventig. Een dapper bestuur en leden zetten de schouders onder de zaak en onder leiding van de net benoemde dirigent Harrie Wolters groeide het korps meer en meer.
In verband met de vergrijzing van de binnenstadbevolking was de harmonie, de vereniging van de binnenstad, inmiddels verhuisd naar de wijk Donderberg. Ook dit heeft ze geen windeieren gelegd.
Naast een ongekende bloei waren ook de muzikale prestaties navenant. In 1994 verhuisde de harmonie naar de wijk Hoogvonderen waar een eigen gebouw “Het Harmonie Paviljoen” aangekocht werd.
De geschiedenis van de harmonie laat zich niet in een paar woorden neerzetten. Graag verwijzen we dan ook naar het boek: de Keuninklikke, beeld van een harmonie. In dat boek worden verschillende geschiedkundige verhalen verwoord.
De auteur Wim Kuipers (1939) over dit boek
Er volgt bepaald niet DE geschiedenis van de Keuninklikke, zoals we dit eerbiedwaardig gezelschap meestal zullen noemen. Het is ook geen chronologische opeenstapeling van bestuursleden, concerten, concoursen en reizen, van jubilea, jubeldaden en onvermijdelijke tegenslagen. Evenmin een geschiedenis waarin vrijwel geen jaar, bestuurslid en derderangse wetenswaardigheid ontbreken. Er ontbreken vele honderden feiten - dat kan niet anders. Want wie al het nu bekende materiaal door wil ploegen, is verschillende jaren bezig. Je moet niet alleen aan het uitgebreide archief van de harmonie denken, maar ook aan anderhalve eeuw kranten en weekbladen, almanakken, archieven van andere muziekgezelschappen. Plus alle handelingen van de gemeenteraad van Roermond. Na al dit werk blijven gegarandeerd een aantal vragen, onduidelijkheden en niet meer te vinden documenten over. Ook hiervan zal nog wel wat te achterhalen zijn, maar of dat de moeite waard is?
Voor zulke (wetenschappelijke) volledigheid is in elk geval niet gekozen. Wel voor een meer journalistieke aanpak. Dat houdt in: op basis van naar schatting een 6000 velletjes met notulen, mededelingen, verslagen, brieven, folders, aantekeningen, van plakboeken en boeken met het wel en wee van andere harmonieën, artikelen in kranten, week- en maandbladen plus enkele tientallen gesprekken heb ik geprobeerd een zo volledig mogelijk beeld te schetsen van de Keuninklikke. Als muziekgezelschap en als monument van de bisschopsstad. Een historisch maar ook een levend cultuurmonument. Daarom ligt de nadruk duidelijk op de periode na de Tweede Wereldoorlog.
Een van de redenen daarvoor is de herkenbaarheid. Weten waar het over gaat. Het verdere verleden, zelfs de eerste veertig jaar van de vorige eeuw, is voor veel lezers al vreemd, mistig. Wie heeft de crisis en de massale werkeloosheid nog aan den lijve ervaren? Navraag leerde dat bestuursleden en muzikanten uit die dagen nauwelijks bekend meer zijn bij de huidige leden.
Punt twee: het relaas van de bijna-teloorgang van de harmonie en de wederopstanding is daarbij mijns inziens interessanter dan de eeuw tussen de koninklijke erkenning en het einde van de Tweede Wereldoorlog. Bovendien zijn er over de periode tot en met de Tweede Wereldoorlog al twee boeken plus een uitgebreide jubileumgids verschenen. Hiervan is dankbaar gebruik gemaakt.
De belangrijkste wederwaardigheden van de harmonie zijn in hun historisch kader geplaatst - op de geschiedenis geprojecteerd, zou je kunnen zeggen. Vooral de geschiedenis en de politiek van de eerste eeuw - tot zo'n beetje 1880 - komen royaal ter sprake, ook omdat de historische kennis van de gemiddelde Nederlander niet erg groot blijkt te zijn. Wie weet bijvoorbeeld dat Roermond en enkele omliggende dorpen zoals Maasniel in de beginjaren van de harmonie bij Oostenrijk hoorden, daarna - in tegenstelling tot de Hollandse gewesten - in een Frans departement lagen, ingepalmd werden door de Hollandse koning Willem I, vervolgens voor de rebellerende Belgen kozen, definitief bij Nederland kwamen maar dertig jaar ook nog deel uitmaakten van de Duitse Bond?
Het tweede deel van dit gedenkboek vertelt over mannen en vrouwen - na een kleine tweehonderd jaar mogen eindelijk wat vrouwen met de muziek mee - die de harmonie groot gemaakt hebben, over hun successen, maar vooral over de bijzondere functie die de Keuninklikke had.
Dan nog wat. Meer dan eens heb ik me bij het schrijven van dit boek afgevraagd: ben ik niet al te enthousiast geweest, gedreven - heb ik geen muggen voor olifanten aangezien? Want de Keuninklikke is bepaald geen toporkest. Misschien zijn er wel honderd harmonieën die beter blazen. Kan best. En waar vind je die? Op de dorpen meestal.
Hier hebben we het over een stadsvereniging - een stadsbezit is zelfs gezegd, de sjpil wo hiej alles óm drejt, zo zingt een later lied uit de Sjinderhannes. De Keuninklikke was de harmonie van de tweede stad van Limburg, zeker cultureel gezien. Bisschopsstad ook - en dat maakt deze harmonie (met alle respect natuurlijk) anders dan die van een dorp. Het is het verschil tussen de bisschop inhalen of de jonge kapelaan, de door bouwmeester Pieter Cuypers geheel verbouwde Munsterkerk openblazen of de tabakszaak op de hoek.
En welk gerenommeerd muziekgezelschap is zo diep gevallen als juist de Keuninklikke? Die neergang te volgen, de haast onbereikbare goden ter aarde zien liggen, dat is gelijk aan een Grieks drama.
Maar zie: dan komt een redder. Een dorpsjongen. De harmonie trekt weg uit de historische stad, begint van voren af aan in een nieuwe wijk. Jongeren blazen er hun jeugd en enthousiasme in, en zorgen ervoor dat "de Harmonie die ouder is dan de Verenigde Staten van Amerika", zoals president Jean Berger graag zei, weer leeft en zindert.


